Tijd

Tijd

Wij mensen denken vaak dat tijd een lijn is. Als we plannen maken, een project opzetten of op een andere manier iets opzetten dat een bepaalde tijdsspanne vraagt zeggen we vaak dat we een tijdslijn maken waarop we op bepaalde punten iets bereikt willen hebben. Daarvoor maken we een plan waarbij we het hele traject op papier zetten zoals we het willen doen. In dat plan komt die tijdlijn voor met op verschillende punten momenten waarop we iets bereikt willen hebben.

Tijd is echter niet lineair, tijd is circulair. Wij mensen ‘denken’ lineair. Als we een lijn trekken op de grond dan zeggen we dat het een lijn is. Als we die lijn eindeloos zouden doortrekken zouden we op hetzelfde punt uit komen als waar we begonnen zijn. Waarom? Omdat de aarde rond is. Een lijn die we op de grond trkken is daarmee een klein stukje van een cirkel van zo’n 40.000 kilometer, de omtrek van de aarde. Dat kleine stukje van die cirkel is dan geen rechte lijn, het is een kromme. Hoe onzichtbaar het ook is, dat stukje cirkel is nooit echt rechtlijnig, het zou er uitzien als een boogje.

Niets is rechtlijnig als het over tijd gaat. In de kosmos draait alles, alles gaat over cyclussen. Een cyclus heeft een begin en een eind waarna het weer opnieuw begint. Dat KAN alleen maar een cirkel zijn. Als tijd rechtlijnig zou zijn zouden we alles maar één keer mee maken. Feit is echter dat bijvoorbeeld de seizoenen elke keer weer terug komen, zonsopgang en zonsondergang komen steeds terug, elke ochtend staan we op en elke avond gaan we slapen en zo komen heel veel dingen elke keer weer terug ‘in de tijd’. Dat betekent dat via een bepaalde weg de dingen elke keer weer op het punt terug komen waar het begonnen is. De enige weg is dan een cirkel.

Elke tijdsspanne die we kennen is een cirkel, minuten, uren, dagen, maanden, jaren en cyclussen die nog groter zijn. Seconden, minuten en uren kunnen we op de klok letterlijk rond zien gaan. In 24 uur ‘draait’ de aarde om zijn eigen as, in een maand is de maancycus rond (op de natuurlijke klok is de maand echter 28 dagen en zijn er dertien maanden). Een mooi menselijk voorbeeld van circulaire tijd is de cyclus van vrouwen, die komt ook steeds terug om de vier weken, net als de natuurlijke tijd. De aarde doet er een jaar over om om de zon te ‘draaien’. Er blijkt een cyclus te zijn van bijna 5200 jaar die de grote cyclus genoemd wordt. Wat dat precies inhoud is mij niet duidelijk. En zo is er ook een cyclus die zo’n kleine 26000 jaar duurt waarbij de zon en haar planeten een baan beschrijven door het Melkwegstelsel. Zo zijn er steeds grotere cyclussen waarbij de grootste cyclus de draaing van het melkwegstelselom haar eigen as is die zo’n 225 miljoen jaar duurt. Een nog grotere cyclus schijnt de rotatie van het Melkwegstelsel om wat ‘de grote centrale zon’ te zijn. Zo zou uiteindelijk ook het hele heelal om haar eigen as kunnen draaien.

Als wij mensen een traject of plan opzetten dan is dat dus een traject of plan die één ‘cirkel’ of cyclus van een jaar omvat. Daarbij maken we de kleinere cyclussen vaker mee. Hoe kleiner de cyclus, hoe vaker we die maken gedurende dat jaar. De cyclus van een maand maken we dan twaalf keer mee, de cyclus van de dag 365 keer. Het jaar dat we voor zo’n plan uittrekken is dat weer een klein stukje van de grotere cyclussen of cirkels. In die zin is het dan geen tijdslijn maar een tijdskromme, een boog door de kosmos in de tijd.

Als we een innerlijk ontwikkelingsproces meemaken komen allerlei zaken waar we steeds moeite mee hebben elke keer weer terug. Dat wordt vaak uitgelegd als het beklimmen van een berg waar van boven naar beneden een kloof loopt. We beklimmen die berg niet recht omhoog maar lopen er rond omheen. De kloof is dat waar we elke keer de problematische zaken tegen komen waar we wat van te leren hebben, de kloof die we steeds moeten overbruggen. Als we onder aan de berg beginnen duurt het vrij lang voordat we die kloof tegen komen. Naarmate we hoger de berg opgaan komen we die kloof steeds sneller tegen. Elke keer gaan we beter met de problematische zaken om omdat we die al vaker tegen zijn gekomen. We gaan die zaken steeds gemakkelijker herkennen en elke keer dat we de kloof overbruggen wordt het de volgende weer wat gemakkelijker, net zolang tot we de problematische zaken opgelost en eigen gemaakt hebben. Dan staan we op de top van de berg. Deze innerlijke ontwikkeling is niet alleen een circulaire beweging in de tijd, de cirkel wordt ook steeds kleiner waardoor de tijd om de volgende cirkel mee te maken steeds korter wordt. Dit is dan uiteindelijk een spiraal in de tijd.

Niets is qua tijd dus lineair. Het komt ook letterlijk in onze taal terug. We werken de klok ‘rond’, we ‘draaien’ om allerlei zaken heen wat tijd kost, een blokje om gaan vraagt een bepaalde tijd en zo zijn er meer uitspraken waaruit blijkt dat de tijd circulair is. Lineaire tijd bestaat daarmee dus niet, we ‘denken’ lineair.